door Pieter Berkhout
Kleur is alleen kleur als er kleur naast staat.
Kleur is de trillingsfrequentie van het licht.
Alle kleuren van een schilderij komen uit het licht.
Lichtkleuren en verfkleuren zijn het omgekeerde van elkaar.
Alles is zwart bij afwezigheid van licht.
Een tomaat is zwart in cyaankleurig licht.
Wit licht bestaat uit alle kleuren van de regenboog.
Dingen worden rood in rood licht en geel in geel licht, maar niet wit in
wit licht.
Kleurschifting veroorzaakt de kleuren van parelmoer, briljanten, zeepbellen,
olievlekken, regenbogen, het avondrood, de blauwe hemel en meer.
Kleurschifting is het uiteenvallen van een lichtstraal in verschillende
kleuren.
Kleurschifting ontstaat bij breking van een lichtstraal doordat de
brekingshoek per kleur verschillend is.
Lichtbreking is het effect dat de richting van een lichtstraal verandert
als hij schuin door het grensvlak van de ene stof naar de andere stof gaat.
De volgorde in de kleurencirkel is dezelfde als die in de regenboog.
De kleurencirkel bevat zowel de primaire lichtkleuren als de primaire
verfkleuren.
De primaire lichtkleuren zijn de secundaire verfkleuren en omgekeerd.
In de kleurencirkel staat een secundaire of tertiaire kleur altijd tussen
de kleuren waaruit hij gemengd is.
Kleuren die in de kleurencirkel tegenover elkaar staan zijn complementaire
kleuren.
Complementaire kleuren vertegenwoordigen samen het volledige spectrum.
Complementaire verfkleuren verdonkeren elkaar bij menging doordat ze elkaars
kleuren uit het licht absorberen.
De primaire kleuren volgens Johannes Itten (rood, geel en ultramarijnblauw)
berusten op een misverstand.
De primaire verfkleuren zijn cyaan, magenta en (citroen)geel.
De primaire lichtkleuren zijn rood, groen en ultramarijn.
Primaire kleuren zijn de basiskleuren van een mengsysteem.
Primaire kleuren zijn kleuren die niet uit andere kleuren gemengd kunnen
worden.
Secundaire kleuren ontstaan door menging van 2 primairen.
Tertiaire kleuren ontstaan door menging van 3 primairen.
Verfkleuren die vermengd zijn met zwart zijn tertiaire kleuren.
Lichtkleuren die vermengd zijn met wit licht, zijn tertiaire lichtkleuren.
Tertiaire lichtkleuren zijn verhelderde kleuren.
Tertiaire verfkleuren zijn verdonkerde kleuren.
Geel ervaren mensen in het algemeen als "meer stralend" dan wit.
Dat kleuren naast elkaar, elkaar beïnvloeden in de richting van elkaars complementaire kleur, is het simultaan effect.
Neutraalgrijs in een groene achtergrond nijgt naar roze door het simultaan
effect.
Dat de complementaire kleur opdoemt als je naar een kleur hebt gekeken en
dan je ogen sluit, ook dat is het simultaan effect.
Kleurperspectief is het effect dat warme kleuren naar voren lijken te komen
ten opzichte van koele kleuren.
In de schemering zien we geen of weinig kleuren, doordat onze kegeltjes
alleen functioneren bij een bepaalde minimale lichtsterkte.
De primaire lichtkleuren geven samen wit en de primaire verfkleuren geven
samen zwart.
Een zelfgemengde oker die te groen is, corrigeer je met magenta, eventueel
met rood, eventueel met oranje.
Het begrip verheldering staat voor mengen met wit en het begrip verdonkering
staat voor mengen met zwart of met de complementaire kleur.
Een kleur minder verzadigd maken betekent mengen met grijs van dezelfde
toonwaarde.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
21.
22.
23.
24.
25.
26.
27.
28.
29.
30.
31.
32.
33.
34.
35.
36.
37.
38.
39.
40.
.
verzadigd
onverzadigd
verhelderd
verdonkerd

