KHL  Kunstacademie Haarlem Leiden

Lesjaar 17 sept. 2018 t/m 17 mei 2019

Home KHL op Facebook Google Maps Email Login (Academiebord intern)

Lesmateriaal  -  Syllabi -  Syllabus perspectief   |   Terug   |   Meer lesmateriaal plaatsen wij op het academiebord

4

(a) Rechte projectie: bovenaanzicht van een CD.

Vervorming vanuit de ver-

schillende gezichtspunten.

(bron: Rüdiger Appel >)

de tekenaar ziet zijn model door

een gerasterd raam, Albrecht Dürer (1525) Klik op de afb.

(f) Kavalierperspectief.

Deze combinatie van rechte

en scheve projectie geeft

een onnatuurlijk effect

(i) Een ellips heeft nergens

dezelfde kromming.

1 3

(g) Convergerende lijnen

(bovenkant), een eenvoudige

vorm van centrale projectie

(h) Centrale projectie

(j) De lange as staat loodrecht

op de boorrichting, in dit geval

de naaf van het wiel.

Giorgio Vasai, "Le Vite"

Klik op de afbeelding voor

meer gegevens en volledige

weergave.

Le Vite (bij Syllabus perspectief)

4

meetkundig perspectief


projectie


Na weetperspectief en contrastperspectief is nu meetkundig perspectief aan de orde. Ik noem dit graag lijn- en vorm-

perspectief. Het betreft vervorming, verkorting en het veranderen van lijnrichtingen. Het sleutelwoord is projectie. De

gedachte is dat je het driedimensionale letterlijk kunt projecteren op het platte vlak, met andere woorden dat je volume

kunt plat maken op zo'n manier dat het platte toch volume lijkt. Een eenvoudig type projectie is een schaduw. Ingewik-

kelder lijkt projectie via de lens van een camera of (zoals het woord al zegt) van een projector. Bij schaduwen en foto-

grafie doet de natuur automatisch het perspectivische "denkwerk". Het resultaat klopt per definitie. Hoe anders is dit

voor de schilder of tekenaar die gehouden is dat denkwerk te begrijpen en toe te passen.

ruimtelijk inzicht


Bij het meetkundig perspectief scheiden zich soms de wegen van mensen met en zonder ruimtelijk inzicht. Als je

de meetkunde minutieus zou toepassen zou je misschien elk onderdeel van een tekening kunnen berekenen en zo

correcte projecties kunnen maken, maar in de kunst gaat dat niet zo. We gebruiken slechts de hoofdprincipes uit de

meetkunde, niet om te rekenen maar om gedachten te ordenen en inzicht aan te scherpen. Vervolgens gebruik je

vooral je ruimtelijk inzicht. Of je dat hebt? Zou je anders zijn gaan tekenen of schilderen? Wie niet regelmatig naast

zijn stoel gaat zitten heeft ruimtelijk inzicht.

rechte projectie


Men onderscheidt gewoonlijk rechte, scheve en centrale projectie. De rechte is het minst ruimtelijk: je staat recht voor

je onderwerp en projecteert wat je ziet in de ware verhoudingen zonder vervorming. Dit levert onverkorte "aanzichten"

op: vooraanzicht, zijaanzicht, boven- en onderaanzicht. Zo is het bovenaanzicht van een CD een cirkel met een gat en

het zijaanzicht een streepje (afbeeldingen a en b). In het bovenaanzicht is de zijkant honderd procent verkort en dus

niet te zien. In het zijaanzicht geldt dat voor de bovenkant. De rechte projectie van een kubus levert voor alle aanzichten

een onvervormd vierkant op (afbeelding c). Een rechte projectie suggereert het minst diepte hoewel het een exacte

vertaling van de werkelijkheid is. Als je objecten recht voor je houdt, zie je ze nu eenmaal het minst ruimtelijk. Rechte

projecties zijn geschikt als je exacte informatie wilt overbrengen, bijvoorbeeld verhoudingen en hoeken. Denk aan

constructie- en bouwtekeningen.

(c) De rechte projectie van

een kubus is een vierkant.

(b) Rechte projectie:

zijaanzicht van een CD.

(d) Scheve projectie:

cirkel wordt ellips

(e) Scheve projectie: er

ontstaan parallellogrammen

scheve projectie


Kijk je niet recht maar scheef naar de CD dan verandert de cirkel in een ellips (afbeelding d). Dit heet scheve projectie.

Hierbij treedt vervorming op. Een kubus wordt in scheve projectie een samenstel van parallellogrammen (afbeelding e).

De lijnen van de kubus veranderen van richting, maar anders dan de centrale projectie houdt de scheve projectie geen

rekening met het feit dat vormen naar achter kleiner worden. Daartoe zouden de lijnen naar elkaar toe moeten lopen

(convergeren). Daarentegen is het principe van de scheve projectie, dat evenwijdige lijnen van een object ook in de

projectie evenwijdig zijn. Dit type wordt daarom ook wel parallelle projectie genoemd. Het resultaat is niet geheel

natuurlijk, maar het volstaat voor kleine objecten en informatieve of technische tekeningen. Het onnatuurlijke effect zie

je in afbeelding e: de kubus lijkt aan de achterkant breder doordat geen rekening is gehouden met het convergeren.

Een nog onnatuurlijker beeld, dat echter vaak voorkomt, geeft afbeelding f. Door de horizontale lijnen van de voorkant

suggereert de tekenaar dat hij recht naar de kubus kijkt. Dan zou de zijkant niet zichtbaar zijn. Niettemin wordt de

zijkant in scheve projectie getoond. Deze mix van rechte en scheve projectie noemt men kavalierperspectief. Dit is ac-

ceptabel in technische tekeningen, maar knullig in vrij werk. Niettemin heerst er een blinde vlek op dit gebied: let op

hoe vaak je dit kavalierperspectief tegenkomt in hedendaagse schilderijen in de weergave van vloeren, tafels, etc.

De voorkant zou ook scheef moeten zijn zoals in afbeelding e, of je kiest de centrale projectie van afbeelding.

2

vuistregels


Tot slot enkele praktische regels voor de scheve projectie. De eerste is al aan de orde geweest.

• Als je van een object de voor- en de zijkant laat zien, sta je scheef voor het object en moet je beide kanten scheef

in beeld brengen. Hiermee voorkom je het kavalierperspectief van afbeelding f.


De volgende regels gaan over de assen van ellipsen. Je kunt in een ellips twee denkbeeldige spiegelassen zien:

de lange as (de as van 4 naar 2 in afbeelding i) en de korte as (van 1 naar 3).

• De assen van een ellips staan altijd loodrecht op elkaar.

• De perspectief van een horizontaal liggende cirkel is een ellips waarvan de lange as altijd horizontaal is

en de korte dus altijd verticaal. Men zet soms ten onrechte de assen scheef als het ronde object helemaal

links of rechts in beeld ligt.

• De perspectief van een verticaal staande cirkel is een ellips waarvan de lange as niet perse verticaal staat

maar loodrecht op de "boorrichting". Dit behoeft toelichting. De boorrichting is de richting die in werkelijkheid

loodrecht op de cirkel staat als je bijvoorbeeld in het middelpunt een gat zou boren. In de afbeelding j is

dat de richting van de wielnaaf. De naaf is hier in scheve projectie weergegeven, waardoor ook de assen van

de ellips uit het lood staan. Overigens blijven de assen wel loodrecht op elkaar.

centrale projectie


Centraal perspectief wordt in hoofdstuk 5 behandeld, maar in dit drieluik recht-scheef-centraal past hier een korte

duiding. In de centrale projectie worden vormen kleiner naarmate ze verder weg zijn. Plato gebruikte hiervoor het

begrip optische proporties. De meetkundige techniek voor de juiste verkleining c.q. de juiste optische proporties,

stoelt op het werken met convergerende "vluchtlijnen" die bij elkaar komen in "vluchtpunten" op "ooghoogte". Dit

zou abracadabra zijn als je er echt niets van zou weten, maar dan zou je in de middeleeuwen leven.

complexe vormen


Meetkundige projectie geeft vooral grip op de verandering van richting van rechte lijnen. Ook de perspectief van ronde

vormen wordt veelal geconstrueerd aan de hand van rechte lijnen, namelijk de "raaklijnen". Het is duidelijk dat de pro-

jectie van complexe vormen, mensen, dieren en dingen, ingewikkelder is. De truck is om in moeilijke situaties vormen

terug te brengen tot lijnrichtingen en basisvormen die je beheerst. Je kijkt naar verbindingslijnen tussen uitsteeksels

en je kijkt of een vorm in een blok past. Als je de positie van voeten, heupen, schouders, ogen, mondhoeken, etc. kunt

terugbrengen tot lijnrichtingen, kun je ook een mensfiguur basaal projecteren. Te kort gezegd: als je een blok kunt

projecteren is al het andere een optelsom van logisch doortekenen.

ellipsen


Aparte aandacht verdient de perspectief van een cirkel. Omdat het werken met raaklijnen in de praktijk te ver voert,

hanteren we als vuistregel dat de verkorting van een cirkel een ellips oplevert. Dan moet je echter wel weten wat een

ellips is. In de praktijk zie je mensen ovalen gebruiken en ook amandelvormen maar dat zijn geen ellipsen. Een

amandelvorm heeft puntige uiteinden en een ellips niet. Een ovaal is een gerekte ronde vorm, vaak samengesteld

uit cirkelsegmenten. Een ellips is een heel specifieke vorm en heeft, anders dan een ovaal of een cirkel, nergens

dezelfde kromming. In afbeelding i neemt de kromming van de omtrek steeds meer toe van punt 1 naar 2 en vervol-

gens weer af van 2 naar 3. In de punten 2 en 4 heeft de ellips z'n maximale kromming. Als tekenaar of schilder moet

je dit "gevoel" in een ellips kunnen leggen. Zonder dat zou je aangewezen zijn op meetkundige constructies, die wel

denkbaar zijn, maar niet praktisch. Bij Wikipedia zie je een leuke animatie van zo'n constructie met behulp van een

touwtje en twee "brandpunten": externe link

5.

Centrale projectie


geschiedenis


Alle soorten perspectief zijn abstracties. Ze doen daardoor altijd concessies, afbreuk aan de werkelijkheid.

Toch kan de centrale projectie bedrieglijk realistische resultaten opleveren, zo wonderbaarlijk dat de schilders in de

Renaissance erdoor geobsedeerd werden. Terwijl de Grieken en Romeinen in de oudheid al kennis hadden van het

convergeren en van "optische proporties" is deze kennis weggezonken in de Middeleeuwen. In een historisch overzicht

uit 1546 beschrijft Giorgio Vasari de laat-middeleeuwse kunst als een primitieve Noord-Europese dwaling. Hij gaf dit

de scheldnaam Gotiek, vernoemd naar de Goten die in zijn tijd verantwoordelijk werden geacht voor de val van het

Romeinse Rijk. Het overzicht van Vasari beschrijft de levens van de meest vooraanstaande Italiaanse schilders,

beeldhouwers en bouwmeesters die tot dan toe bekend waren. Dit werk heeft ook tegenwoordig nog invloed. Pioniers

van de centraal-perspectief zijn bij Vasari: Giotto (1266/7-1337) en met name Brunelleschi (1377-1446), Ucello (1397-

1475), en Masaccio (1401-1428), allen schilders die zich losmaakten van de gotische niet-ruimtelijke manier van

werken. Vasari noemt de absolute top zijn tijdgenoot Michelangelo (1475-1564).

AlbrechDurer1525modeldoorgerasterdraamgravure[1].jpg

Middeleeuws perspectief komt

op ons vaak koddig over.

Atmosferisch perspectief en repoussoir tijdens de schilder-

week in Flaine. Klik op de foto.

KLIK

Sfumato, atmosferisch perspec-

pectief en repoussoir in de

Mona Lisa. Klik op de afb. voor

info en voor grotere weergave.

Weetperspectief in een

kindertekening

Overlapping in antieke Egyp-

tische kunst.  Klik op de afb.

KLIK

Atmosferisch perspectief en

repoussoir bij Jan van Goyen,

17e eeuw. Klik op de afb.

KLIK Mona Lisa (bij Syllabus perspectief)

1

diepte in het platte vlak


ars perspectiva


In het spraakgebruik hoor je vaak "het" perspectief. Bij een afbeelding spreek je van "de" perspectief.

Het woord komt van het latijnse 'perspicere': doorheen kijken. Ars perspectiva is de leer of de kunst van

het "doorzicht", in het bijzonder de kunst om afbeeldingen echt te doen lijken alsof je er door of in kunt

kijken: alsof ze diepte hebben. Diepte, de illusie van ruimte en plasticiteit, is het wonder van de twee-

dimensionale kunst. Het wonderlijke is bovendien dat werkelijkheid en bedrog hier hand in hand gaan.

Immers, hoe realistischer een afbeelding, des te groter het gezichtsbedrog.

Je kunt hier een oefening aan koppelen. Het is de moeite waard, een experiment te doen met veel contrasten tegelijk.

Niet alle contrasten hoeven hard te zijn. Laat de verf leven en fantaseer bijvoorbeeld een pan soep van zeer pluriforme

samenstelling waar je boven in kijkt. Vat het niet letterlijk figuratief op. Gooi kleuren door elkaar, met en zonder medium

en wel en niet verzacht met wit. Gebruik het toeval. Probeer diepte in de soep te krijgen, puur door middel van contrasten,

niet geholpen door figuratie. Kun je uiteindelijk "in" je schilderij kijken? Hoe diep? Komen onderdelen naar voren ten

opzichte van naastgelegen delen, of gaan ze naar achteren? Kijk wat er gebeurt als je sommige stukken glaceert met

wit of andere kleuren.



sfumato


Leonardo maakte zijn Mona Lisa levensecht en ruimtelijk door een gebruik van diffuse (wazige) contouren. Hij deed

dit door het aanbrengen van transparante kleurlagen in olieverf (glaceren). Het kan tot op zekere hoogte ook met

acrylverf. Deze techniek, die vaak samengaat met atmosferisch perspectief, wordt sfumato genoemd. Het woord

betekent letterlijk rokerig.



repoussoir


Het Franse woord repousser betekent terugdringen. Een repoussoir is in de schilderkunst een contrasterende, vaak

donkere vorm, die de achterliggende delen terugdringt. Vaak wordt tussen het repoussoir en de wijkende delen een

(verscholen) lichtbron gesuggereerd, waardoor het contrast en dus het ruimtelijk effect nog worden vergroot. Hieraan

verwant is ook het geavanceerde gebruik van het licht-donker-contrast ("clair-obscure") in bijvoorbeeld de Nachtwacht.

Licht tegen donker geeft afstand, maar of de donkere dan wel de lichte partij naar voren komt of wijkt, hangt af van de

situatie. Als het contrast samengaat met overlapping zal duidelijk zijn dat de overlappende vorm de andere terugdringt.

Een repoussoir kan zowel licht als donker zijn. Interessante voorbeelden zie je in de fotografie van Bernard Eilers (1878

-1951) in het gemeentearchief van Amsterdam: externe link

naar voren komend:


dekkend

warme kleur

primair/secundair

dik geschilderd

scherpe contouren

grote vormen

grove textuur

glanzend

wijkend:


transparant

koele kleur

tertiair

dun geschilderd

diffuse contouren

kleine vormen

fijne textuur

mat

-


-

-

-

-

-

-

-

-

intuïtie


Omdat meetkunde meestal niet het doel is in je werk, zul je de principes van perspectief in de praktijk vrij toepassen.

"Een beetje kunstenaar werkt met intuïtie, je moet dingen kunnen loslaten". Helemaal waar, maar soms ook een val-

kuil, want pas als je iets goed beheerst kun je het intuïtief toepassen. Beheers je het niet, dan is koddigheid je deel.

Het heeft zin, je in perspectief te verdiepen en het te oefenen opdat er überhaupt iets los te laten valt.

soorten perspectief


Bij perspectief denk je in de eerste plaats aan de meetkundige methode van de "centrale projectie" met een horizon

en vluchtpunten. Deze methode geeft zonder twijfel de meest fotografische resultaten. Toch is het zinvol om ook andere

soorten van diepte in het platte vlak te kennen en te beheersen. Ik onderscheid drie hoofdgroepen, die in de volgende

hoofdstukken worden behandeld:

• weetperspectief (ruimtelijke werking gebaseerd op wat de kijker weet)

• atmosferisch perspectief (toon- en kleurperspectief, contrastperspectief)

• meetkundig perspectief ofwel lijn- en vormperspectief (rechte, scheve en centrale projectie)

2

weetperspectief


De term klinkt naïef, maar deze vorm van perspectief gebruik je in de praktijk het meest. Met weetperspectief bedoel ik

ruimtelijke werking gebaseerd op kennis van de beschouwer van een afbeelding. De kijker wéét bijvoorbeeld dat een

vliegtuig in de lucht ver weg is, ook al zou de afbeelding zondigen tegen alle andere vormen van perspectief. Nog een

voorbeeld: de kijker wéét, als de ene vorm de ander overlapt, dat ze dan voor en achter elkaar staan. In de kunstge-

schiedenis is het moment waarop men overlapping gaat toepassen, een belangrijke stap. Deze archaïsche vorm van perspectief komt al voor bij de grotschilders en bij de oude Egyptenaren. Beroemd zijn de overlappingen op antieke

Griekse vazen.

Kijkers weten véél en interpreteren afbeeldingen vaak welwillend ruimtelijk. Hieraan danken veel afbeeldingen hun

perspectief, niet alleen naïeve, maar ook die voldoen aan geavanceerde vormen van perspectief.

3

atmosferisch perspectief


Door de luchtlaag (atmosfeer) kan een landschap in de verte grijzer lijken dan op de voorgrond. Vormen in de verte

zijn dan minder verzadigd van kleur en vaak lichter van toon. In vochtige streken werkt dit het sterkst. Zo zie je in de mist

mooie extreme voorbeelden van zo'n "atmosferisch" perspectief. Deze traditionele invulling van het begrip atmosferisch

perspectief kun je misschien opvatten als een eenvoudig weetperspectief. Het onderliggende principe leidt echter tot

geavanceerde mogelijkheden zoals onder zal blijken.

atmosferisch perspectief is een vorm van toon- kleurperspectief


Als in een landschap de verschillen in toon (= licht- of witwaarde) en kleurverzadiging (= grijswaarde) tot ruimtelijkheid

leiden, kun je begrijpen dat álle toon- en kleurcontrasten een ruimtelijke werking hebben. Dit is bovendien niet beperkt

tot landschappen. Je kunt het traditionele begrip atmosferisch perspectief daarom uitbreiden tot het ruimere begrip

"toon- en kleurperspectief".

toon- en kleurperspectief is een vorm van contrastperspectief


Je kunt het nog ruimer zeggen: álle contrasten (niet alleen toon- en kleurcontrasten) hebben effect op de ruimtelijkheid

van een afbeelding. Zachte contrasten werken subtiel, maar harde contrasten geven echt diepte. Denk behalve aan

toon- en kleurcontrasten, aan contrasten op het gebied van vorm en vormscherpte, textuur, toets, handschrift, dikte van

de verflaag, glans en werkelijk alle contrasten die je verder kunt bedenken. Hieronder zie je een overzicht van de ruim-

telijke werking van enkele tegenstellingen die mij te binnen schieten.

Detail van de Nachtwacht. Klik

op de afbeelding voor info en

volledige weergave.

Nachtwacht Rembrandt (bij Syllabus perspectief)

1. diepte in het platte vlak

2. weetperspectief

3. atmosferisch perspectief

4. meetkundig perspectief

5. centrale projectie

6. rondleiding met voorbeelden

7. spelen met perspectief

8. woordenlijst perspectief

9. opdracht en toets

10. literatuur en websites

syllabus door Pieter Berkhout  © 2006 Kunstacademies Haarlem en Leiden

p e r s p e c t i e f

wordt vervolgd in de lessen

meer syllabi